AI, big data en de CO₂-markt: vriend of vijand?

Nu we in 2026 zijn aanbeland, ziet de vrijwillige CO₂-markt (VCM) er aanzienlijk anders uit dan slechts enkele jaren geleden. Het gesprek is verschoven van simpelweg 'CO₂-certificaten kopen' naar een diepere focus op kwaliteit, integriteit en precisie. De kern van deze evolutie is technologie.

AI, Big Data and the Carbon Market_ Friend or Foe__visual 1Een man aan het werk in een modern technologiekantoor. AI-gegenereerde afbeelding.

Van kunstmatige intelligentie tot blockchain: digitale infrastructuur wordt in hoog tempo de ruggengraat van moderne milieuactie. Het belooft enkele van de oudste uitdagingen van de markt op te lossen door transparantie te bieden waar voorheen onduidelijkheid heerste. Deze digitale transformatie leidt op zijn beurt echter ook tot nieuwe vragen.

We zijn ons er steeds meer van bewust dat de instrumenten die we gebruiken om milieucrises op te lossen, hun eigen ecologische voetafdruk hebben. Nu de International Energy Agency (IEA) voorspelt dat het elektriciteitsverbruik van wereldwijde datacentra tegen 2030 zou kunnen verdubbelen – waarmee het energieverbruik van hele naties wordt geëvenaard – is het de moeite waard om even stil te staan bij de relatie tussen onze technologie en onze groene doelen.

Is de opkomst van AI en Big Data louter een voordeel voor CO₂-markten, of brengt het nieuwe risico's met zich mee? Om dit te beantwoorden, moeten we eerst kijken naar waar technologie de meest positieve impact heeft: de modernisering van monitoring.

Vriend: Integriteit versterken met MRV-technologie

Jarenlang was een van de grootste obstakels op de CO₂-markt dat het lastig was om nauwkeurige metingen te verrichten. Van oudsher was het verifiëren van een bosbouwproject of een initiatief voor koolstofopslag in de bodem een arbeidsintensief, analoog proces. Er waren vaak teams van auditors nodig die fysiek naar afgelegen locaties reisden om steekproefsgewijs bomen op percelen te meten, waarna die gegevens werden geëxtrapoleerd naar duizenden hectare.

Deze handmatige aanpak had beperkingen. Het was niet alleen kostbaar maar verliep ook langzaam, wat zorgde voor een aanzienlijke vertraging. In het verleden kon de cyclus van de start van een project tot de daadwerkelijke uitgifte van een certificaat 18 tot 24 maanden duren. Dit oponthoud vormde vaak een knelpunt, waardoor nieuwe projecten moeizaam van de grond kwamen.

Vandaag de dag zien we de grootschalige adoptie van digitale Monitoring, Rapportage en Verificatie (dMRV). Dit verwijst naar een pakket aan technologieën, waaronder satellietbeelden, LiDAR en machine learning, waarmee ontwikkelaars de vastlegging van CO₂ met een ongekende snelheid en nauwkeurigheid kunnen meten.

AI, Big Data and the Carbon Market_ Friend or Foe__visual 2Een satelliet monitort de Aarde vanuit de ruimte. AI-gegenereerde afbeelding.

In plaats van te vertrouwen op handmatige schattingen, maakt dMRV gebruik van remote sensing om uitgestrekte ecosystemen te scannen.

  • Precisie: Moderne satellietanalyse kan verschillende boomsoorten onderscheiden en zelfs de gezondheid van het bladerdek vanuit een baan om de aarde beoordelen, waardoor de foutmarge aanzienlijk kleiner is dan bij handmatige extrapolatie.

  • Efficiëntie: Door het verificatieproces te digitaliseren, kan dMRV de verificatiekosten voor projectontwikkelaars met wel 40% verlagen, zo blijkt uit marktgegevens. Deze kostenbesparing is cruciaal, omdat hierdoor meer middelen rechtstreeks naar natuurbehoud kunnen gaan in plaats van naar administratie.

  • Transparantie: Misschien wel het belangrijkste is dat deze digitale hulpmiddelen een onveranderlijk audittraject creëren. Blockchaintechnologie wordt steeds vaker voor deze metingen gebruikt, wat garandeert dat een CO₂-certificaat uniek en traceerbaar is, en waarmee het historische probleem van 'dubbeltellingen' effectief wordt opgelost.

In die zin fungeert technologie als een essentiële stabilisator. Het biedt het op data gebaseerde vertrouwen dat kopers nodig hebben om deel te nemen aan de markt. Echter, naarmate onze afhankelijkheid van deze geavanceerde modellen groeit, stijgt ook de rekenkracht die nodig is om ze te laten draaien.

Vijand: de verborgen voetafdruk van kunstmatige intelligentie

Als 2025 ons iets heeft geleerd, is het dat digitaal niet altijd groener betekent. Jarenlang ging de CO₂-markt uit van de veronderstelling dat de overstap van papier naar pixels automatisch beter was voor de planeet. Maar nu we 2026 ingaan, vallen de feiten niet langer te negeren: kunstmatige intelligentie heeft fysieke gevolgen

De International Energy Agency (IEA) bevestigde in zijn laatste updates dat het elektriciteitsverbruik van wereldwijde datacentra in slechts vier jaar tijd feitelijk is verdubbeld en nu rond de 1.000 TWh per jaar schommelt. Om dat getal in perspectief te plaatsen: de servers die onze digitale economie draaiende houden, verbruiken nu ruwweg evenveel elektriciteit als heel Japan.AI, Big Data and the Carbon Market_ Friend or Foe__visual 3_NL

Dit ligt niet alleen aan cloudopslag, maar vooral aan de specifieke intensiteit van generatieve AI.

  • De 10x-regel: Elke keer dat we een groot taalmodel vragen om een CO₂-project te analyseren of een rapport samen te vatten, verbruikt dat ongeveer 10 keer meer energie dan een standaard Google-zoekopdracht (0,0029 kWh tegenover 0,0003 kWh).

  • De waterrekening: Het gaat niet alleen om stroom, maar ook om koeling. Onderzoek uit 2025 onthulde dat een eenvoudig gesprek met een generatief AI-model (ongeveer 20 tot 50 vragen) zo'n 500 ml water 'drinkt' om de servers te koelen. Wanneer je dat opschaalt naar miljoenen dagelijkse gebruikers, worden de kosten voor de hydratatie van digitale intelligentie gigantisch.

Zelfs 's werelds meest geavanceerde techreuzen hebben moeite om dit bij te benenen. In hun duurzaamheidsverslagen van 2025 meldden grote techbedrijven zoals Microsoft of Google dat hun Scope 3-emissies, ondanks hun klimaatdoelstellingen, met bijna 30% zijn gestegen ten opzichte van hun referentiejaar 2020.

De reden? De grootschalige bouw van nieuwe datacentra en de productie van hoogwaardige chips die nodig zijn om de volgende generatie modellen te trainen. Dit zorgt voor een complexe dynamiek voor de vrijwillige CO₂-markt. Naarmate de vraag naar hoogwaardige natuurprojecten toeneemt, groeit ook de afhankelijkheid van energie-intensieve rekenkracht om deze te verifiëren. De opkomende uitdaging voor de sector is ervoor te zorgen dat de digitale hulpmiddelen die worden gebruikt om deze ecosystemen te monitoren, niet onbedoeld de milieuvoordelen tenietdoen die ze juist moeten valideren.

Meer nuance: de prijs van transparantie

Hoewel de energiegegevens een uitdaging vormen, is het belangrijk om de context van dit verbruik te begrijpen. De sector is het erover eens dat een terugkeer naar het analoge tijdperk (waarbij we vertrouwden op klemborden en incidentele locatiebezoeken) niet meer realistisch is. De huidige CO₂-markt vereist een mate van transparantie en snelheid die alleen een digitale infrastructuur kan bieden. De toename in de rekenkracht is dan ook geen teken van verspilling, maar een symptoom van een markt die streeft naar hogere integriteitsnormen.

Economen wijzen vaak op de Jevons-paradox, waarbij een grotere efficiëntie juist leidt tot een hoger verbruik. In de CO₂-sector stimuleert deze dynamiek momenteel de kwaliteit.

  • Naarmate AI-modellen efficiënter worden, steken verificatie-instanties de energiebesparing niet simpelweg in eigen zak. In plaats daarvan gebruiken ze die extra capaciteit om frequentere en gedetailleerdere analyses uit te voeren, waarbij ze verschuiven van jaarlijkse audits naar monitoring per kwartaal of zelfs per maand.

  • Deze toegenomen activiteit verbruikt weliswaar meer stroom, maar levert een cruciaal resultaat op: certificaten die veel robuuster zijn en beter bestand tegen het risico op omkeerbaarheid dan hun voorgangers.

De vraag is dan ook niet óf we deze instrumenten moeten gebruiken, maar hoe we ze duurzaam van stroom voorzien. Marktwaarnemers zien een snelle verschuiving naar 'Carbon-Aware Computing'. Hierbij worden zware verificatietaken verplaatst naar datacentra die draaien op een overschot aan hernieuwbare energie, zoals hydro-elektrische of geothermische netwerken. Deze ontwikkeling suggereert dat de sector zijn voetafdruk niet negeert, maar actief zoekt naar een manier om de noodzaak van hightech toezicht te verenigen met de noodzaak van een CO₂-arme bedrijfsvoering.

De uitdaging: een nieuwe standaard voor due diligence

Voor belanghebbenden die in dit landschap opereren, is de uitdaging niet het controleren van elke server die een aanbieder gebruikt. Het gaat er juist om dat de technologische strategie van een project net zo logisch en efficiënt is als de CO₂-wetenschap zelf.

In plaats van digitale hulpmiddelen te behandelen als een 'black box', kijken deskundige kopers en ontwikkelaars in 2026 naar de manier waarop technologie is geïntegreerd in de langetermijnmethodologie van een project. Terwijl de sector verder moderniseert, verschuift de focus naar drie praktische gebieden voor optimalisatie:

1. Methodologische aansluiting

Niet elke op de natuur gebaseerde oplossing vereist dezelfde digitale intensiteit. Voor een dynamisch herbebossingsproject met een hoog risico is frequente satellietmonitoring een essentieel instrument voor de integriteit. Voor stabielere natuurbehoudgebieden op de lange termijn voorkomt een aanpak op maat ('right-sized') bij de gegevensverzameling echter onnodige complexiteit en kosten.

2. Betrouwbaarheid en toegankelijkheid van gegevens

Kwaliteit wordt gedefinieerd door de mogelijkheid om gegevens te controleren. De beste door technologie ondersteunde projecten zijn niet simpelweg de projecten met de meeste data, maar die met de meest verifieerbare data. Belanghebbenden zoeken aanbieders die hun digitaal bewijsmateriaal helder en toegankelijk maken, klaar voor toetsing door derden zonder dat er een doctoraat in datawetenschap nodig is om het te interpreteren.

3. Efficiëntie als toegevoegde waarde

In elke markt leidt efficiëntie doorgaans tot betere prijzen en snellere resultaten. Door prioriteit te geven aan gestroomlijnde digitale verificatieprocessen kunnen projecten de overheadkosten voor monitoring verlagen. Dit zorgt ervoor dat er meer kapitaal overblijft voor het eigenlijke werk in het veld: het beschermen en herstellen van de ecosystemen die de certificaten in de eerste plaats genereren.

2026, op naar een volwassenere markt

Als 2025 in het teken stond van de snelle adoptie van AI en Big Data binnen de groene sector, dan lijkt 2026 het jaar van verfijning en goed bestuur te worden. De convergentie van vrijwillige en verplichte markten, versterkt door de operationele duidelijkheid over Artikel 6 die tijdens COP30 is bereikt, heeft gezorgd voor een grote behoefte aan transparantie en hoogwaardige data. In dit landschap is technologie de essentiële infrastructuur geworden die nodig is om impact op mondiale schaal aan te tonen.

AI, Big Data and the Carbon Market_ Friend or Foe__visual 4Een man die de gegevens van een nieuw aangeplant bos bijwerkt. AI-gegenereerde afbeelding.

Naarmate de sector verder volwassen wordt, verandert ook het gesprek. Het gaat niet langer alleen om de pure mogelijkheden van deze digitale hulpmiddelen, maar om de vraag hoe ze op een effectieve en verantwoorde manier in projecten worden geïntegreerd. In de toekomst zijn de meest veerkrachtige initiatieven waarschijnlijk de initiatieven die een strategische balans vinden: het benutten van de kracht van digitale monitoring om de natuur te beschermen en te herstellen, terwijl ze oog houden voor de energie- en hulpbronnenefficiëntie van de instrumenten zelf.

Uiteindelijk blijft technologie een onmisbare spiegel om de gezondheid van onze planeet te observeren. Door prioriteit te geven aan efficiënte methodologieën en duurzame digitale praktijken, kan de CO₂-markt ervoor zorgen dat deze spiegel helder blijft. Dit biedt het op data gebaseerde vertrouwen dat nodig is om wereldwijde klimaatactie te versnellen.

De toekomst van de CO₂-markt is in toenemende mate hightech, en het succes ervan hangt af van de garantie dat deze digitale evolutie even duurzaam blijft als de projecten die het ondersteunt.

 

Lees ook