De Europese CO₂-markt staat aan de vooravond van een historische prijscorrectie die de kosten voor EU-emissierechten (EUA's) dit jaar met bijna 40% zou kunnen laten stijgen. Marktexperts van Veyt voorspellen een sprong naar €104 per ton. Dat is een enorme stijging vergeleken met het gemiddelde van €75 in 2025. Voor investeerders en ontwikkelaars is dit niet zomaar een prijsstijging; het is een fundamentele verschuiving in de balans tussen vraag en aanbod op de meest liquide CO₂-markt ter wereld.
De belangrijkste motor achter deze rally is een tweeledige krapte aan de aanbodzijde. Ten eerste zullen reguliere beleidsaanpassingen – waaronder de herziening van het EU ETS-plafond en de marktstabiliteitsreserve (MSR) – de wekelijkse veilingvolumes naar verwachting met ongeveer 21% verminderen.
De echte 'wildcard' voor 2026 is echter de abrupte beëindiging van het RePowerEU-programma. Om de transitie weg van Russisch gas te financieren, heeft de EU miljoenen emissierechten vervroegd op de markt gebracht. Maar omdat dit programma is gekoppeld aan een opbrengstdoelstelling van €20 miljard, en niet aan een vast volume, betekent het recente prijsherstel dat dit doel veel eerder dan verwacht zal worden bereikt.
‘In tegenstelling tot een programma op basis van volume, werkt RePowerEU met een inkomstendoelstelling van €20 miljard, wat betekent dat de veilingen worden opgeschort zodra die drempel is bereikt’, legt Henry Lush, CO₂-analist bij Veyt, uit. Als de prijzen rond de €90 blijven schommelen, kunnen deze veilingen al eind april verdwijnen, wat mogelijk een totale daling van het aanbod tot 45% tot gevolg heeft ten opzichte van vorig jaar.
Terwijl het aanbod krapper wordt, blijkt de vraag veerkrachtig. Industriële sectoren zoals staal en cement zullen hun neerwaartse emissietrends naar verwachting stopzetten, met een voorspelde daling van minder dan 1% in 2026. Ondertussen blijft de elektriciteitssector weliswaar via hernieuwbare energie verduurzamen, maar Lush merkt op dat ‘de voortzetting van de uitbouw van hernieuwbare energiebronnen aanzienlijk zal vreten aan meer (CO₂-)intensieve energiebronnen.’
Terwijl het aanbod krapper wordt, blijkt de vraag veerkrachtig. Industriële sectoren zoals staal en cement zullen hun neerwaartse emissietrends naar verwachting stopzetten, met een voorspelde daling van minder dan 1% in 2026. Ondertussen blijft de elektriciteitssector weliswaar verduurzamen via hernieuwbare energie, maar Lush merkt op dat ‘de voortzetting van de uitbouw van hernieuwbare energiebronnen aanzienlijk zal vreten aan meer (CO₂-)intensieve energiebronnen.’
Dit krappe vooruitzicht is de financiële wereld niet ontgaan. Beleggingsfondsen hebben al voor een recordaantal van 125 miljoen EUA's ingezet op een prijsstijging. Hoewel Lush toegeeft dat de markt ‘openstaat voor winstnemingen op de huidige niveaus’, benadrukt hij dat het ‘algemene beeld vrij duidelijk is: investeerders zien opwaarts potentieel voor 2026.’
Naarmate we de tweede helft van 2026 ingaan, zal de focus verschuiven naar het langetermijnbeleid. De Europese Commissie moet beslissen hoe de zware inspanningen voor de groene doelstellingen van 2040 over de verschillende sectoren worden verdeeld.
Volgens Anders Nordeng, senior CO₂-analist bij Veyt, zijn ‘de belangrijkste dossiers voor deelnemers aan de CO₂-markt dit jaar hoe de reductie-inspanningen voor 2040 zullen worden verdeeld tussen ETS- en niet-ETS-sectoren, [en] wat het aanbodtraject van EUA's na 2031 moet zijn.’