Meer dan tien jaar lang werd de vrijwillige CO₂-markt gekenmerkt door een aanhoudend overschot aan aanbod. Projectontwikkelaars gaven routinematig aanzienlijk meer CO₂-certificaten uit dan bedrijven introkken, wat leidde tot structureel overaanbod en lage prijzen. Maar 2025 markeerde een duidelijke verschuiving. Voor het eerst laten verschillende gegevens uit de praktijk zien dat intrekkingen sterk zijn gestegen, terwijl de uitgifte afnam, waardoor de kloof die de markt jarenlang heeft bepaald kleiner werd.
De verandering werd vroeg in het jaar zichtbaar. In het Sylvera’s Q2 2025 Carbon Data Snapshot staat dat organisaties 95 miljoen certificaten introkken in de eerste helft van 2025, het hoogste aantal intrekkingen ooit in een eerste halfjaar. Tegelijkertijd nam de uitgifte af: projectontwikkelaars gaven slechts 130 miljoen certificaten uit in H1 2025, een daling ten opzichte van ongeveer 144 miljoen in dezelfde periode in 2024, aldus de First Half 2025 VCM Review van Climate Focus.
Tegen het derde kwartaal was de trend echt duidelijk. Het Q3 2025 Snapshot van Sylvera laat zien dat de intrekkingen sinds het begin van het jaar waren opgelopen tot 128,15 miljoen certificaten, meer dan op hetzelfde moment in 2024, terwijl de uitgifte in Q3 daalde naar 63,2 miljoen certificaten, van 76,9 miljoen in Q2. Dit is een van de kleinste verschillen tussen uitgifte en intrekking in het afgelopen decennium.
De bredere markcontext versterkt deze verschuiving. Ecosystem Marketplace’s State of the Voluntary Carbon Market 2025 meldt dat hoewel de totale transactievolumes in 2024 met ongeveer 25 procent daalden, de intrekkingen opmerkelijk stabiel bleven op circa 175–180 MtCO₂. De prijzen daalden slechts beperkt, met ongeveer 5,5 procent, wat erop wijst dat de vraag naar geloofwaardige, hoogwaardig uitgevoerde certificaten sterk bleef, zelfs terwijl meer speculatieve handel afnam.
Dit artikel licht toe waarom 2025 het jaar werd waarin het evenwicht in de vrijwillige CO₂-markt verschoof. We beginnen met een uitleg van de werking van uitgifte en het gebruiken (intrekken) van CO₂-certificaten en waarom de relatie tussen beide bepalend is voor de gezondheid van de markt. Vervolgens onderzoeken we de krachten die intrekkingen naar recordhoogten dreven, variërend van bedrijfsdoelstellingen op milieugebied tot het aanscherpen van integriteitsnormen, en we zetten deze af tegen de factoren die de nieuwe uitgifte afremden, zoals herzieningen van methodologieën en het geleidelijk beëindigen van oudere projecttypen. Daarna bekijken we hoe deze verschuiving invloed had op prijzen, koopgedrag en de dynamiek binnen registers, aan de hand van geverifieerde gegevens. Tot slot richten we ons op 2026 en verder, en beoordelen we of de markt een langdurige periode van krapper aanbod ingaat of juist op weg is naar een nieuwe golf van hoogwaardige certificaatgeneratie.
Om te begrijpen waarom 2025 een kantelpunt werd, is het belangrijk om opnieuw te bekijken wat ‘uitgifte’ en ‘intrekking’ in de vrijwillige CO₂-markt precies betekenen, en waarom de verhouding tussen beide een fundamentele graadmeter is voor de gezondheid van de markt.
Uitgifte verwijst naar het creëren van CO₂-certificaten zodra de emissiereducties of -verwijderingen van een project door een registrer zijn geverifieerd. Deze certificaten komen dan beschikbaar als aanbod. Historisch gezien was dat aanbod overvloedig: Verra alleen al was in 2021 verantwoordelijk voor 78 procent van alle nieuwe uitgiftes, maar dat aandeel daalde naar 45 procent in 2023 en 36 procent in 2024 doordat methodologieën werden aangescherpt en nieuwe standaarden opdoken. Toch bleef het totale aantal uitgiftes de vraag in veel jaren ruimschoots overtreffen.
Intrekking daarentegen is wat een CO₂-certificaat zijn daadwerkelijke milieubetekenis geeft. Een certificaat wordt ingetrokken wanneer een bedrijf of organisatie het definitief uit de omloop haalt om eigen emissies te compenseren. Dit is de kernindicator van de werkelijke vraag. Volgens het rapport State of the Voluntary Carbon Market 2025 van Ecosystem Marketplace bleven de wereldwijde intrekkingen tussen 2021 en 2024 opvallend stabiel, rond de 180 miljoen ton in 2024, ondanks toenemende marktvolatiliteit.
Omdat uitgifte het aanbod vergroot en intrekking dat aanbod verbruikt, laat het verschil tussen beide zien of de markt een overschot heeft, in balans is of juist krapper wordt. Meer dan tien jaar lang werd de markt gekenmerkt door overaanbod: een groeiend surplus aan ongebruikte certificaten stapelde zich op, omdat de uitgifte ruimschoots hoger lag dan de intrekking.
De scherpe toename in het aantal ingetrokken certificaten in 2025 staat niet op zichzelf. Het weerspiegelt een samenkomst van structurele, regelgevende en gedragsmatige ontwikkelingen die bepalen hoe bedrijven CO₂-certificaten inzetten. De rode draad die in alle datasets zichtbaar is: organisaties trekken minder, maar betere certificaten in en doen dat doelgerichter dan in voorgaande jaren.
Een van de sterkste drijfveren achter de stijging is het groeiende aantal bedrijven met formele decarbonisatiedoelstellingen. Halverwege 2025 hadden bijna 11.000 bedrijven gevalideerde of aangekondigde Science Based Targets, een sterke toename die wijst op bredere verantwoordelijkheid onder bedrijven.
Naarmate organisaties de stap zetten van doelstellingen naar uitvoering, gebruiken steeds meer bedrijven CO₂-certificaten om onvermijdelijke emissies te compenseren. MSCI bevestigt deze gedragsverandering: het gebruik van certificaten door bedrijven lag in de eerste acht maanden van 2025 al 10 procent hoger dan in 2024 en evenaarde de hoogste niveaus van 2022.
Na meerdere jaren van scepsis en onderzoeken naar certificaten met lage integriteit kiezen veel bedrijven er nadrukkelijk voor om CO₂-certificaten daadwerkelijk in te trekken, in plaats van ze aan te houden of ermee te speculeren. Onderzoeken laten dit duidelijk zien: ondanks een daling van 25 procent in het totale handelsvolume bleven intrekkingen stabiel op circa 175–180 miljoen ton CO₂, wat erop duidt dat certificaten worden gekocht voor gebruik, en niet voor handel.
Deze gedragsverandering komt niet alleen voort uit reputatierisico’s, maar ook uit druk van stakeholders: investeerders, klanten en toezichthouders verwachten steeds vaker dat bedrijven direct aantoonbare milieumaatregelen nemen, naast structurele emissiereducties op de lange termijn.
Dit stimuleert bedrijven om certificaten met hogere kwaliteit te kiezen en deze direct in te trekken. Uit analyse van Sylvera blijkt dat 57 procent van de certificaten die in de eerste helft van 2025 werden ingetrokken een BB-rating of hoger had, tegenover 52 procent in 2024: een duidelijke verschuiving richting certificaten met hogere integriteit.
In mei 2025 bracht de introductie van de VCMI Scope 3 Action Code of Practice nieuwe duidelijkheid over wanneer en hoe bedrijven CO₂-compensatie mogen inzetten voor emissies in de waardeketen. De richtlijn beperkt compensatie tot maximaal 25 procent van de Scope 3-voetafdruk van een bedrijf, maar vereist nadrukkelijk dat deze certificaten van hoge kwaliteit zijn en volledig transparant worden gerapporteerd.
Voor veel bedrijven was dit het eerste gezaghebbende signaal dat compensatie een legitieme, formeel vastgelegde rol heeft, mits er aan strikte kwaliteitseisen wordt voldaan. Het gevolg is een meetbare toename in gestructureerde compensatiestrategieën, waarbij certificaten regelmatig worden ingetrokken in plaats van één keer per jaar in een eindspurt te worden aangekocht.
De intrekkingen in 2025 laten ook een kwalitatieve verschuiving zien. Nu de verwachtingen rond integriteit stijgen, richt de vraag zich steeds vaker op projecttypen die worden gezien als duidelijker en beter meetbaar in hun klimaatbijdrage, zoals:
bebossing en herbebossing (ARR)
verbeterd bosbeheer
hoogwaardige huishoudelijke energie-oplossingen (zoals schone kooktoestellen)
geverifieerde CO₂-verwijdering
Deze verschuiving is geen incidentele observatie. Sylvera rapporteert dat prijzen bij termijncontracten voor toekomstige levering voor hoogwaardige ARR-certificaten tot boven de 50 dollar per ton zijn gestegen, terwijl spotprijzen tussen januari en september 2025 van 14 naar 24 dollar stegen. Zulke prijsontwikkelingen bevestigen dat kopers bewust kiezen voor certificaten die aan strengere kwaliteitsnormen voldoen, en deze vervolgens ook snel intrekken.
Naarmate de kloof tussen uitgifte en intrekking in 2025 kleiner werd, begon de markt zich anders te gedragen. De prijzen voor hoogwaardige certificaten trokken aan, wat een verschuiving weerspiegelde in de prioriteiten van kopers: zij richtten zich steeds meer op projecten die duidelijk en verifieerbaar klimaatresultaat laten zien. Hoewel het totale aantal transacties afnam, concentreerde de vraag zich juist rond certificaten die voldeden aan strengere eisen voor integriteit. Dit geeft aan dat kopers veel selectiever zijn geworden.
Dit kwaliteitsgerichte gedrag veranderde de manier waarop organisaties certificaten inkochten. Bedrijven met vastgestelde klimaatdoelen kozen vaker voor natuurprojecten, verwijderingsprojecten en projecten rond huishoudelijke energie, terwijl zij zich juist afwendden van oudere projectcategorieën met lagere integriteit. De focus lag niet langer op het veiligstellen van zo veel mogelijk volume tegen de laagste prijs, maar op de zekerheid dat elk ingetrokken certificaat de toets van investeerders, toezichthouders en het publiek zou doorstaan.
De markt werd bovendien competitiever. Doordat meer bedrijven certificaten actief introkken (ondanks afgenomen handelsactiviteit), werd de toegang tot hoogwaardige projecten krapper. Ook de ontwikkelingen bij registers versterkten deze druk: nu het marktaandeel van Verra afneemt en andere standaarden een groter deel van de uitgifte voor hun rekening nemen, krijgen kopers te maken met een gefragmenteerder landschap dat meer aandacht vraagt voor methodologieën en toepassingsregels.
Gezamenlijk laten deze ontwikkelingen zien dat de markt volwassen wordt. Het tijdperk van overvloedig, weinig onderscheidend aanbod maakt plaats voor een meer gedisciplineerde omgeving, waarin kwaliteit, geloofwaardigheid en strategische aansluiting zwaarder wegen dan puur volume.
De dynamiek die in 2025 zichtbaar werd, wijst op een vrijwillige CO₂-markt die een meer gedisciplineerde fase ingaat. Nu intrekkingen stijgen en de uitgifte door strengere methodologische en kwaliteitsvereisten vertraagt, is het onwaarschijnlijk dat de markt terugkeert naar het ruime overschot dat het afgelopen decennium kenmerkte. Bedrijven met klimaatdoelen breiden hun gebruik van certificaten verder uit, terwijl nieuwe kaders voor integriteit het vertrouwen in hoogwaardige certificaten versterken. Tegelijkertijd zijn veel projectontwikkelaars nog bezig zich aan te passen aan geactualiseerde standaarden, waardoor nieuwe volumes tijd nodig hebben om op de markt te komen.
Of 2026 een lichte verruiming van het aanbod brengt of juist verdere krapte, hangt af van de snelheid waarmee projecten van de nieuwe generatie operationeel worden en van hoe snel de vraag vanuit bedrijfsstrategieën voor klimaatdoelen blijft toenemen. De eerste signalen wijzen op een markt die krap zal blijven aan de kwaliteitskant, waarbij certificaten van hoge integriteit het grootste deel van de vraag zullen absorberen. Wat in elk geval duidelijk is: de vrijwillige CO₂-markt wordt volwassen. Transacties worden zorgvuldiger, de controle wordt strenger en de kloof tussen uitgifte en intrekking beweegt eindelijk richting een meer evenwichtig – en uiteindelijk geloofwaardiger – systeem.