De mondiale betonindustrie heeft de afgelopen dertig jaar haar CO₂-voetafdruk gestaag verkleind, met een daling van 25 procent in CO₂-uitstoot per ton sinds 1990. Maar volgens de nieuwste beoordeling van de Global Cement and Concrete Association (GCCA) is deze vooruitgang onvoldoende om de ambitie te realiseren om in 2050 klimaatneutraal beton te produceren, tenzij aanzienlijk sterker beleid wordt ingevoerd.
Het nieuwe GCCA-rapport wijst erop dat bedrijven hun decarbonisatieplannen weliswaar verder ontwikkelen, maar dat ongelijkmatige regelgeving de totale overgang vertraagt. Zoals Thomas Guillot, Chief Executive van de GCCA, benadrukt: ‘Ondanks onze sterke vooruitgang weten we dat krachtig beleid wereldwijd essentieel is om onze reducties te versnellen.’
Een van de belangrijkste beleidsaanbevelingen is de invoering van voorspelbare, goed ontworpen CO₂-beprijzingskaders. Het rapport stelt dat ‘een passende CO₂-prijs, evenals lange-termijn voorspelbaarheid van die prijs, bedrijven in staat stelt de investeringen te doen die nodig zijn om hun CO₂ te verminderen’. Ook dringt het erop aan dat beleidsmakers voorkomen dat dergelijke maatregelen binnenlandse producenten benadelen. ‘Beleidsmakers moeten ervoor zorgen dat het gebruik van CO₂-beprijzing niet leidt tot concurrentieverstoringen tussen binnenlandse producenten en importeurs,’ aldus het rapport.
Naast CO₂-beprijzing benadrukt de analyse dat carbon capture, utilisation and storage (CCUS) onmisbaar is voor het realiseren van grote emissiereducties. Cementproductie veroorzaakt aanzienlijke procesemissies, voornamelijk door de calcinatie van kalksteen, die niet kunnen worden vermeden met alleen hernieuwbare energie. Het rapport maakt dit duidelijk: ‘CCUS is een “kritieke hefboom” om cement en beton te decarboniseren, omdat in tegenstelling tot andere sectoren het overschakelen op hernieuwbare energie onvoldoende is om decarbonisatie te realiseren.’
Toch is de huidige inzet van CCUS veel te beperkt. De GCCA waarschuwt dat bestaande beleidsmaatregelen nog niet de financiële steun, infrastructuur en marktomstandigheden bieden die voor brede toepassing noodzakelijk zijn. Volgens het rapport moet ‘beleid aandacht besteden aan publieke financiering, erkenning van CO₂-verwijdering, transport- en opslaginfrastructuur, toegang tot gedecarboniseerde elektriciteit, CO₂-beprijzing en vraag naar producten met lage CO₂-uitstoot’.
Om deze kloof te dichten, pleit het rapport voor een mix van maatregelen: integratie van CCUS in publieke financieringsprogramma’s, erkenning van alle vormen van CO₂-verwijdering, opbouw van speciale CO₂-transport- en opslagnetwerken, uitbreiding van de toegang tot betaalbare elektriciteit met lage CO₂-uitstoot, en opname van CO₂-prestaties in aanbestedings- en bouwnormen. Aanvullende mogelijkheden zijn het gebruik van alternatieve brandstoffen, recycling van sloopmaterialen en het verder toepassen van gemengde cementproducten.
Aangezien ongeveer 7 procent van de wereldwijde emissies aan beton gerelateerd is, zullen de mate waarin de sector CCUS kan opschalen en binnen ondersteunende beleidskaders kan opereren bepalend zijn voor het behalen van klimaatneutraliteit tegen het midden van de eeuw.