De COP30-top in Belém, Brazilië, eindigde sterker dan verwacht voor de CO₂-markt, gekenmerkt door een forse toename aan financiële toezeggingen en hernieuwd vertrouwen in op natuurgebaseerde oplossingen. In de week voorafgaand aan COP30 en de twee weken van onderhandelingen kondigden marktpartijen 1,1 miljard dollar aan nieuw kapitaal aan: een stijging van 42 procent ten opzichte van de vorige conferentie in Bakoe, volgens nieuwe gegevens van Quantum.
De ligging van Belém aan de rand van het Amazonegebied was direct terug te zien in de investeringsstromen. Natuurprojecten die CO₂-certificaten genereren trokken 880 miljoen dollar aan, goed voor 78 procent van alle toezeggingen, en vormden daarmee een duidelijke verschuiving terug naar strategieën voor landgebruik en herstel van ecosystemen. Binnen deze categorie domineerden bebossing, herbebossing en herbeplanting (ARR) met 640 miljoen dollar, gevolgd door REDD+-initiatieven met 192 miljoen dollar, terwijl bodemkoolstof en verbeterd bosbeheer gematigde maar betekenisvolle bedragen ontvingen.
Technologiegestuurde milieuprojecten ontvingen relatief kleinere bedragen: 198 miljoen dollar ging naar hernieuwbare energie en schone kooktoestellen, terwijl engineered CO₂-verwijdering uitkwam op 46 miljoen dollar. Hoewel CO₂-verwijdering de afgelopen jaren aanzienlijke steun heeft gekregen, groeide deze categorie tijdens deze COP langzamer, deels door aanpassingen in methodologieën en veranderende voorkeuren van kopers.
Verschillende grote transacties droegen bij aan het momentum. Hieronder vielen een voorwaarts koopcontract van 160 miljoen dollar voor REDD+-projecten door BNP Paribas, een overeenkomst waarbij Indonesië 12 miljoen Artikel-6-certificaten overdraagt aan Noorwegen, en een belangrijke bodemkoolstoftransactie onder leiding van Mirova. Nieuwe fondsen gelanceerd door Petrobras, Greencollar, AXA en Ardian versterkten de vooruitzichten voor natuurgerichte duurzame financiering verder.
Naast investeringsaankondigingen bracht COP30 ook duidelijkheid over de toekomst van de wereldwijde klimaatdiplomatie. Na meer dan een jaar overleg bereikten landen een akkoord dat Antalya, Turkije, aanwijst als gastlocatie voor COP31, waarbij de Australische klimaatminister Chris Bowen de onderhandelingen zal voorzitten: een ongebruikelijke maar strategisch overeengekomen uitkomst. De beslissing wordt naar verwachting bij de afsluiting van COP30 formeel bevestigd.
De uitdagende omstandigheden in Belém (met zware regenstormen, knelpunten op het gebied van transport en zelfs een brand in het congrescentrum) benadrukten de logistieke eisen van het organiseren van een mondiale milieuconferentie. Antalya, met ruime hotelcapaciteit, een grote internationale luchthaven en ervaring met grootschalige evenementen, wordt volgend jaar gezien als een locatie die een soepelere uitvoering kan bieden.
Nu de voorbereidingen naar COP31 verschuiven, zal de aandacht zich richten op Turkije’s groeiende sector voor hernieuwbare energie en het recent goedgekeurde emissiehandelssysteem, naast de invloedrijke rol van Australië bij het vormgeven van de onderhandelingen volgend jaar.